HomeInformatie voor...Apotheekhoudende huisartsen

Apotheekhoudende huisartsen

 

De apotheekhoudende huisarts kent in Nederland een lange geschiedenis. Zoals uit bovenstaande tekst uit de 18e eeuw blijkt was het domein van de geneesmiddelen voorschrijvende en afleverende ‘doktoren’ en dat van de apothekers destijds ook al niet geheel en al duidelijk. In 1818 is sprake van een wettelijke erkenning van de toenmalige «plattelandheelmeester», welke erkenning inhield dat de arts op het platteland bevoegd was tevens de «apothekerskunst» te beoefenen. In de zeventiger jaren telde Nederland nog 1500 apotheekhoudende huisartsen, anno 2010 zijn dat er nog ca 500. De belangrijke discussie over de rol en functie van de apotheekhoudende huisartsen komt pas goed op gang in november 1995 met het verschijnen van het rapport van de Paritaire Werkgroep Huisartsenzorg en is sindsdien niet meer van de politieke agenda verdwenen.

De opvattingen over het bestaan van de apotheekhoudende huisarts varieerde van het opheffen van deze functie tot het verlenen van de volledige bevoegdheid om geneesmiddelen af te leveren, en daarmee ook om geneesmiddelen in te kopen, aan alle huisartsen. In december 1998 schrijft minister Borst in een toelichting op de modernisering van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening(WOG): “de strekking van mijn beleid is om geen vergunningen meer uit te geven voor nieuwe apotheekhoudende huisartsenpraktijken”.

Een jaar later sloot de LHV met de minister een convenant, waarin de minister toezegde juridische bescherming te bieden voor de beroepsgroep. De apotheekvergunningen zijn echter niet langer overdraagbaar aan opvolgers.

De nieuwe vergunningen voor de apotheekhoudende huisartsen zullen voortaan worden verleend door de minister van VWS op basis van het huidige wettelijke criterium «het belang van de geneesmiddelenvoorziening». Dit criterium is in de rechtspraak herleid tot bereikbaarheid van en afstand tot de naburige openbare apotheek.

In december 1999 komt de Inspectie voor de Gezondheidszorg(IGZ) met een rapport dat kritische kanttekeningen plaatst bij de kwaliteit van de beroepsuitoefening door de apotheekhoudende huisartsen. Dit rapport vormde een bijdrage tot de gedachte de apotheekhoudend huisarts als fenomeen op termijn niet meer te laten terugkeren.

Op 6 december 2001 wordt een initiatief voorstel van wet bij de Tweede Kamer ingediend door de leden Van Blerck-Woerdman, Oudkerk, Buijs en Van der Vlies (TK, vergaderjaar 2001–2002, 28 158, nr 2) waarbij de regering wordt verzocht de noodzakelijke maatregelen te treffen om de positie van de apotheekhoudend huisarts te waarborgen waarbij de opheffing van het primaat van de apotheker wordt voorgestaan. Met andere woorden: laat de marktwerking haar werk maar doen. Patiënten en zorgverzekeraars kunnen dan zelf kiezen bij wie zij farmaceutische zorg inkopen.

De meerwaarde van de apotheekhoudende huisartspraktijk wordt door beleidsmakers alom onderkend. Echter, de kwaliteit van de farmaceutische zorg door apotheekhoudende huisartsen wordt zowel door de koepel van de apothekers, de KNMP, alsook door individuele openbare apothekers regelmatig openlijk aangevochten. Op 1 oktober 2009 vond het congres voor apotheekhoudende huisartsen plaats in Voorburg waar zowel VWS als zorgverzekeraars het gebrek hekelden aan kwaliteitsinformatie van apotheekhoudende praktijken. Ook de IGZ heeft regelmatig kritiek geuit op de kwaliteit van de medicatieverstrekking in de apotheekhoudende praktijk. Dit is dus een belangrijk onderwerp om krachtig met elkaar aan te pakken. Het invoeren van certificering(ISO-9000 normen) of het opstellen van indicatoren om tot meting van kwaliteit te komen (Zichtbare Zorg Farmacie,ZiZo) is een doel op zich. Hieraan vooraf gaat echter het introduceren van efficiënte processen in de apotheekhoudende praktijk waardoor de kans toeneemt dat bij meting de kwaliteit (sterk) is toegenomen.

We kunnen concluderen dat vanaf begin 2000 niet de servicegerichte en geïntegreerde farmaceutische zorg bij de apotheekhoudende huisarts op de voorgrond staat maar dat het afstandscriterium bepalend is voor voortbestaan van de apotheekhoudende huisarts.

 

Wat kan DCA voor apotheekhoudende huisartsen betekenen


De Centrale Apotheek Nederland(DCA) is een van de weinige zo niet de enige huisartsvriendelijke apotheek. Voor de groep apotheekhoudende huisartsen kan DCA diverse modules van haar concept, zoals deze ingezet worden voor niet apotheekhoudende huisartsen, introduceren om de kwaliteit verder uit te bouwen(bijvoorbeeld ICT, centrale medicatiebewaking, patiëntenportaal etc.) en de efficiëntie te bevorderen ten aanzien van inkoop en logistiek.
Gezien de belangrijkheid van een innovatieve samenwerking met een uitstralend effect lijkt het aangewezen met een aantal betrokkenen een route en een tijdspad af te spreken. Ook is het zinvol voorafgaande aan de opstelling van een volledig uitgewerkt plan een intentieovereenkomst aan te gaan met een kerngroep waarin een duidelijk omschreven doel wordt vastgesteld en hoe dit te bereiken.

 

Werkwijze DCA voor apotheekhoudende huisartsen

 

DCA stelt de huisarts en de patiënt centraal.

 

De werkwijze voor niet-apotheekhoudende huisartsen kan als volgt worden omschreven. DCA werkt facilitair en ondersteunend voor de huisarts, hetgeen als gevolg heeft dat een deel van de werkzaamheden van de openbare apotheek op verantwoorde wijze verschuift naar het front office, in dit geval de huisartsenpraktijk. Deze verschuiving van werkzaamheden past binnen de gestelde eisen in artikel 61 (dit is getoetst door de IGZ). De werkzaamheden die wettelijk het domein van een apotheekhoudende is worden door DCA zo efficiënt mogelijk centraal in het back office georganiseerd (herhaalmedicatie) waarbij werkzaamheden als 1e, 2e uitgifte, spoedmedicatie, specifieke farmaceutische zorg en FTO door regionale DCA vestigingen georganiseerd worden. In feite maakt DCA de huisarts in zekere zin ‘apotheekhoudend’ waarbij het gehele proces van de medicatieverstrekking onder verantwoordelijkheid van de apothekers van DCA geschiedt.
 

Apotheekhoudende huisartsen zijn in de eerste plaats ook huisartsen. De centrale positie van de huisarts blijft voor DCA voorop staan, dus ook voor de apotheekhoudende huisarts.
 

Het is van belang te onderkennen welke faciliteiten DCA kan inzetten om de positie van de apotheekhoudende huisartsen ten opzichte van de openbare apothekers te verstevigen en ook op lange termijn deze positie te laten behouden. In dat kader zijn er een aantal categorieën apotheekhoudende huisartsen die op een verschillende wijze gebruik kunnen maken van de faciliteiten van DCA.

 

  • Apotheekhoudenden met een APH/H-vergunning in een gebied waar geen openbare apotheek zich kan/wil vestigen
  • Apotheekhoudenden met een APH/H-vergunning in een gebied waar een openbare apotheek zich kan/wil vestigen bij overdracht van de praktijk en intrekken

    van de APH/H-vergunning of APG/A-vergunning

  • Apotheekhoudenden met een APH/H-vergunning in een gebied waar een openbare apotheek op zijn verzoek intrekking vraagt van de APH/H-vergunning of APG/A-

    vergunning (afstandcriterium, <4.5 km of geen bijzondere omstandigheden <4.5>3.5 km

 


Voor de eenvoud kunnen we twee categorieën apotheekhoudende huisartsen onderscheiden in relatie tot de faciliteiten die DCA kan bieden:

 

  • Apotheekhoudende huisartsen met een APH/H-vergunning vergunning die voorlopig voortduurt
  • Apotheekhoudende huisartsen die op basis van overdracht van de praktijk of een ‘agressieve’ openbare apotheker de vergunning kunnen of gaan verliezen.
  • Apotheekhoudende huisartsen met een APH/H-vergunning die hun apotheekdeel willen verkopen.

 


Faciliteiten van DCA voor de apotheekhoudende huisartsen

 

Categorie A
Dit is op dit moment de grootste categorie. Er zijn vanzelfsprekende regionale verschillen en verschillen tussen de apotheekhoudende praktijken. In het algemeen gaan we er van uit dat we spreken over een apotheekhoudende huisartsenpraktijk met een apotheekvergunning en een apotheekfaciliteit in de praktijk met de nodige assistentie. De faciliteiten van DCA kunnen op diverse manieren ingezet worden afhankelijk van de wijze hoe de apotheekhoudende huisarts tegen de invulling van de apotheekvoorziening aankijkt. Ook voor de apotheekhoudende huisarts heeft het preferentiebeleid zijn (financiële) sporen nagelaten. De assistentie gaat behoorlijk op het budget drukken. Mogelijk bestaat er bij deze apotheekhoudende huisartsen een vraag om de apotheekfunctie met een niet bedreigende partner (DCA) efficiënt in te richten. De vergunning moet in ieder geval altijd intact blijven.

De volgende faciliteiten van DCA kunnen aan de orde komen:

  • Central Filling complete service
  • Central Filling op onderdelen
  • Invulling assistentie
  • Inkoop
  • Logistieke ondersteuning
  • ICT ondersteuning (medicatiedossier, patiëntenportaal)
  • FTO niveau 4


Categorie B/C
Bij deze categorieën ligt het voor de hand dat een openbare apotheker de farmaceutische zorg die tot het moment van de overdracht tot het domein van de apotheekhoudende huisarts behoorde met genoegen over zal nemen. Vaak is het zo dat een deel van de patiënten al bij de bewuste openbare apotheker is ingeschreven op basis van het afstandscriterium. Soms wil een opvolgende huisarts de apotheekfunctie, zelfs ook bij het kunnen continueren van een vergunning, wel kwijt. Echter, de patiënten zijn meestal zeer te spreken over de service van de apotheekhoudende praktijk.

In dit geval kan DCA met de apotheekhoudende huisarts en zijn opvolger een constructie realiseren die voor alle betrokkenen voordelig is. Voorop staat het behoud van de farmaceutische zorgservice voor de patiënten. Dit kan zijn het overnemen van (delen) van de praktijk tot het afspraken maken over de farmaceutische zorg voor de patiënten van de praktijk. Indien de vergunning vervalt, komt dat in principe neer op de situatie zoals DCA samenwerkt met de niet apotheekhoudende huisartsen, dus volledig facilitair. In deze samenwerking in de ‘keten farmacie’ is een vergoeding voor de huisarts per patiënt per jaar vastgesteld. De apotheekfaciliteit in de praktijk wordt dan een uitdeelpost onder verantwoordelijkheid van DCA.

Om de groep van apotheekhoudende huisartsen sterker te positioneren waarbij de kwaliteit van de farmaceutische zorg van de patiënten, de bereikbaarheid en de kosteneffectieve wijze van uitvoeren van voornoemde zorg, is het nodig de apotheekhoudende huisartsen direct te betrekken bij de organisatie van de farmaceutische zorg. Ook de integrale bekostiging van de farmaceutische zorg in 2011 noopt om alvast een stevige positie in te nemen als groep apotheekhoudende huisartsen. DCA kan in bovenstaand kader een duidelijke en onafhankelijke rol spelen gezien haar positie naar de huisartsen toe.

DCA is van mening dat zij voor de apotheekhoudende huisartsen een goede toegevoegde waarde heeft. De faciliteiten van DCA kunnen afgestemd worden op de individuele situatie, DCA is er ook voorstander van dat beide partijen er voordeel bij moeten hebben. Dit kan alleen in een sterke, nader uit te werken, werkbare en geaccepteerde juridische structuur. DCA werkt samen met juristen die inmiddels goed zijn ingevoerd in de wettelijke kaders in de gezondheidszorg.

 

Interne notitie 6 oktober 2010(dr. Hans B.J.Boerema)
Verankeren van het fenomeen apotheekhoudende huisarts in de 1e lijns zorg.
Samenwerking apotheekhoudende huisartsen en De Centrale Apotheek Nederland(DCA)

 

Contactgegevens

 

De Centrale Apotheek Nederland b.v. (DCA)

Bezoekadres: 

Ceintuurbaan-Noord 140-148

9301 NZ Roden

  

Tel: +31 (0) 88 476 00 31

E-mail: This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Heeft u vragen?

Vul onderstaand contactformulier in en wij zullen zo spoedig mogelijk contact met u opnemen.
captcha
Reload

DCA: de huisarts centraal

DCA: voor iedereen

DCA: een vooruitstrevende organisatie

Go to top