nieuwsarchief

Kleine ziekenhuis staan onder zware druk

De bedrijfseconomische analyse ´Rapport Nederlandse Ziekenhuizen 2011´ liegt er niet om.

´De Nederlandse ziekenhuizen lijken op basis van de gepubliceerde jaarverslagen het afgelopen jaar redelijk goed door te zijn gekomen: een groei van de netto winst naar 323 miljoen euro, bij een omzet van ruim 21 miljard euro, een solvabiliteit van bijna 15% en jaar over jaar dalende personeelskosten. Dan blijkt dat schijn bedriegt. Kleine ziekenhuizen staan onder zware druk. Verschillen in de regio’s worden groter. Er dreigt een tekort aan personeel. En de last van de kosten van vastgoed is voor velen een molensteen om de nek. Faillissementen zijn daarbij niet meer uit te sluiten als het roer niet drastisch om gaat.´

Dat concludeert organisatieadviesbureau QHC. Het rapport soms elf conclusies op, die worden onderbouwd en uitgewerkt.

1. Kleine ziekenhuizen komen zwaar onder druk te staan. Ze zullen worden overgenomen of uitgekocht.
2. De eigen vermogenspositie is zorgwekkend. ´55% van de ziekenhuizen voldoet niet aan de norm van het Waarborgfonds voor de zorgsector van 15% solvabiliteit. Bancaire instellingen hanteren momenteel zelfs normen van 20% en hoger.´
3. Ziekenhuizen hebben een totale schuld van 18,1 miljard euro. Deze wordt gedekt door een eigen vermogen van 3,1 miljard euro. Een verschil van 15 miljard euro; in 2004 was het nog 12 miljard. De eisen van banken en het Waarborgfonds zullen alleen maar hoger worden.´
4. Overheid vergeet declaratiesystematiek bij invoering DOT. ´De gemiddelde uitstaande- debiteuren-tijd voor de Nederlandse ziekenhuizen bedroeg in 2010 nog steeds 69 dagen. Dat valt niet alleen de instellingen te verwijten, maar ook de deregulerende overheden en zorgverzekeraars.´
5. Vastgoedpositie is molensteen. De vastgoedpositie van het grootste aantal instellingen is een zware belemmering om te kunnen investeren in de toekomst.
6. Basisziekenhuis en V&V-zorg vormen overlevingsstrategie.
7. Academische ziekenhuizen zullen de komende jaren sterk gaan profiteren van het feit dat ze door hun grootte, spreiding van de inkomsten en door het concentratiebeleid van de overheid steeds interessantere partners zijn voor bancaire instellingen.
8. In regio’s met krimp, vergrijzing en een afnemende arbeidsmarkt staat kleinere ziekenhuizen vaak het financiële water aan de lippen. ´De combinatie van economische teruggang en problemen in de zorg dreigt voor onder meer Oost-Groningen, Noordwest Drenthe, Limburg, en Zeeland verkeerd uit te pakken.´
9. De afhankelijkheid van het vrij-onderhandelbare B-segment, dat naar 70% zal groeien, leidt tot hogere risico’s voor zorginstellingen.
10. Het afschrijvingregime is een sterke kostendriver voor ziekenhuizen.
11.De stichtingstructuur van ziekenhuizen belemmert een normale bedrijfsvoering. ´Ziekenhuizen zonder echte eigenaar kennen geen urgentie bij het herontwikkelen van de bedrijfsvoering. Zo lang zorginstellingen nog stichtingen zijn, met een niet transparante vorm van eigenaarschap, zullen er geen andere - dan door de overheid opgezette - sancties en controlemechanismen ontstaan.´

Bestuurder moet buiten eigen kaders denken

QHC vindt: ´De conclusies laten in ieder geval zien dat ziekenhuizen zullen moeten bewegen om continuïteit te kunnen blijven garanderen in het zorgaanbod. Ook is duidelijk dat ze het niet alleen kunnen doen. Het spel wordt gespeeld door meerdere partijen: patiëntenorganisaties, overheden (het rijk, de provincie, de gemeente), zorgverzekeraars, andere zorgaanbieders, bancaire instellingen, ICT-ondernemingen. Alle partijen zullen meer met elkaar moeten samenwerken om de regie over de kwaliteit, betaalbaarheid en
toegankelijkheid van zorg te kunnen blijven waarborgen.
Het vermogen van zorgbestuurders daarbij buiten de eigen kaders te kunnen denken en zo de weg open te stellen voor veranderingen, zal uiteindelijk het sociale en financiële zorgklimaat bepalen waarin de individuele burger zijn zorgbehoefte in moet kunnen vinden.´

7 september 2011 Bron: TopSupport Strategie en Informatie B.V.